Architectuur

De architectuur was oorspronkelijk een mooie metafoor voor het ontwerp van de informatiehuishouding. Helaas is zij zo aangeslagen dat het nu veelal een container-begrip is geworden dat niet meer zonder een bijvoegelijk naamwoord kan ( de politieke architectuur, de technische architectuur , de data-architectuur, de functionele architectuur, de service-oriented architectuur, de beveiligings-architectuur etc etc ).
De “conceptuele structuur en logische organisatie” is de algemene noemer volgens het woordenboek. De vraag blijft echter wiens invalshoek je kiest: zijn het de concepten en de logica van de burger, de politicus of de deskundige?

In een democratie, en daaraan ontlenen publieke organisaties hun bestaansgrond, zijn er maar 2 opdrachtgevers. De kiezer/volksvertegenwoordiger als vertegenwoordiger van het collectief belang, de klant/burger als vertegenwoordiger van het individueel belang.
De logica en de concepten van de vraag-sturing zullen dus leidend moeten zijn. De metafoor van de “keten” is op dit niveau de meest voor de hand liggende. De burger verwacht diensten en beleid en start daarmee een informatie-keten van 5 schakels: balie-informatie, beleids-informatie, bedrijfsvoerings-informatie, bestands-informatie en beheers-informatie. De architectuur van een “publiek informatiehuis” dient navenant te bestaan uit 5 lagen.