De moeder van WEB 2.0: Esther Dyson: Release 2.0 (1997)

Wat waren de eerste gedachten over een “socialer” web en kunnen we er nu ook nog wat mee?

Web 2.0 staat voor mij voor technologie die direct kan worden ingezet door het individu om “user generated content” te produceren.Paradoxaal genoeg wordt die pas echt interessant door het verkeer wat daarmee op gang komt.Men heeft het dan […]

Wat waren de eerste gedachten over een “socialer” web en kunnen we er nu ook nog wat mee?

1022.jpg
Web 2.0 staat voor mij voor technologie die direct kan worden ingezet door het individu om “user generated content” te produceren.Paradoxaal genoeg wordt die pas echt interessant door het verkeer wat daarmee op gang komt.Men heeft het dan ook wel over het “sociale web” ,maar eerlijk gezegd bekijk ik dat een beetje argwanend. Veel van de individuen die zich onder deze vlag manifesteren lijken hun persoonlijke status en financien niet te vergeten.

De scepsis voel ik wat minder bij Esther Dyson. Niet alleen komt ze uit een indruk wekkende familie http://en.wikipedia.org/wiki/Esther_Dyson , maar ze heeft ook een aantal idealistische keuzes gemaakt in haar carriere.

Reeds in 1997 las ik haar boek, maar gegeven de Web 2.0 hype heb ik het maar weer eens uit de kast gehaald.

En het is eigenlijk alleen maar interessanter geworden. Weliswaar heeft zij niet stil gezeten en in de afgelopen 10 jaar van alles aan deze “release” toegevoegd, de oorspronkelijke ideen zijn toch het leukst en kunnen ons ook bij de les houden als we gaan mee bewegen met Web 2.0, Web 3.0 etc.

Wat zijn die lessen?

Zonder informatie geen besturing: noch van de markt, noch van de politiek.

Ze wist veel van markten, ze kende ze op haar duimpje, maar kwam er pas bij haar oost-europese avonturen achter hoe belangrijk informatie is voor het functioneren van markten: “I never realized how important information was , untill I saw a market without it”. In het verlengde daarvan werd een belangrijk thema de juridische infrastructuur en de “intellectual property rights” van het web. Logisch dus dat ze voorzitter werd van de “Electronic Frontier Foundation” en zich bezig hield met “means for people to protect their own privacy ………and to be able to control the content they receive” (en “produce” ,zouden we er nu aan toevoegen).

In ieder geval was het voor mij een belangrijke inspiratie om mij in 2000 in de Commissie Modernisering GBA druk te komen met het idee van een “digitaal kluisje” voor iedere burger.

Ook de discussies over privatisering lees ik sindsdie anders: publieke of private aansturing is een kwestie van informatie-mechanismen: een prijsmechanisme als je de verhouding vraag-aanbod kunt uitrekenen en de uitkomsten dus kunt rapporteren, een budget-mechanisme als je dat niet kunt uitrekenen en dus anders, kwalitatiever moet rapporteren.

In haar hoofdstuk over de besturing van het web (“Governance”) ruimt ze dan ook een belangrijke plaats in voor transparantie en vertrouwen en dus voor de “public eye”: informed customers and citizens.

Een “Community” is een kwestie van twee-richtingsverkeer.

Dit itt een “culture”. Ze zegt het met de Beatles: “”The love you take is equal to the love you make”.

In de web 2.0 publiciteit is community ook een sleutelbegrip, er is zelfs software om communities te bouwen. Maar net als bij alle andere software: het blijft mensenwerk om er iets van te maken.

Een centrale spanning is volgens haar die tussen “anonimity and accountability”. Net als mensen onderscheid hebben leren maken tussen een kwaliteitskrant en een roddelblad zullen zij ook wel onderscheid weten te maken tussen (on)betrouwbare sites, communities en mails. Zij heeft dus vertrouwen in de werking van “robust citizens” en “common sense” en : ”..ultimately people will join communities where the members are known”

Ik ben benieuwd wat ze daar nu 10 jaar later van vindt. Nu zijn immers ook de keerzijden van web 2.0, van “user generated content” in beeld: spam, spyware, misleiding etc.

Ik denk inmiddels dat we de anonimiteit op Internet moeten tegen gaan en dat iedereen zich moet kunnen identificeren: DigiD moet maar snel uitgewerkt worden tot de “digitale dubbelganger” van ons fysieke paspoort zodat we altijd kunnen weten waar we met iemand aan toe zijn.

Leave a Reply